Het scheelde een haar, drie jaar geleden, toen een F-16 straaljager en een lesvliegtuigje boven Gelderland bijna met elkaar in botsing kwamen. Naar aanleiding van dit incident publiceerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) afgelopen oktober een rapport met aanbevelingen aan de ministeries van Defensie en Infrastructuur & Waterstaat. Maar in de tussentijd zijn die aanbevelingen nog altijd niet voldoende opgevolgd, meldt de OVV vandaag.
Door het toegenomen aantal oefeningen van Defensie wordt het steeds drukker in het luchtruim. Defensie oefent sinds dit jaar met F-35 straaljagers, die nog sneller zijn dan de F-16’s. “Je ziet ook meer vluchtbewegingen, meer militaire oefeningen en ook buitenlandse krachten komen hier trainen”, zegt Erica Bakkum van de OVV. “Dus dat geeft extra drukte.”
Ondanks die toegenomen drukte blijft de kans op een botsing klein, benadrukt Bakkum, “maar als het gebeurt, kan het natuurlijk een catastrofaal einde hebben”.
Op 16 november 2023 ging het bijna mis in het luchtruim tussen Elburg en Kampen. De F-16 was met een andere straaljager onderweg naar Vlieland na een oefening. Het lesvliegtuig was voor een trainingsvlucht opgestegen vanaf Lelystad Airport met aan boord een instructeur en een leerling.
De F-16 en het lesvliegtuig vlogen op vrijwel dezelfde hoogte recht op elkaar af. Het verschil: slechts 25 voet, of 7,5 meter. De straaljagerpiloot kon het lesvliegtuigje ternauwernood ontwijken. De piloten wisten niet dat ze daar op dat moment allebei vlogen.
“Het is heel belangrijk dat er lessen uit worden getrokken, want we zien vaker dit soort bijna-botsingen.”
Oorzaken
De OVV startte een onderzoek en vond verschillende oorzaken voor de bijna-botsing. Zo gebruikten de piloten en luchtverkeersleiders verschillende radiofrequenties, waardoor er langs elkaar heen werd gepraat.
Een andere oorzaak was dat de F-16 en het lesvliegtuigje zich in een deel van het luchtruim bevonden waar de luchtverkeersleiding niet verantwoordelijk is voor het uit elkaar houden van de vliegtuigen. Piloten moeten dit zelf doen. Dit heet ook wel het ‘kijk-en-wijk-uit-principe’.
Met name dat principe bracht de OVV in het rapport onder de aandacht. “We hebben al vaker gezien, ook bij vorige onderzoeken, dat dit een zwakke veiligheidsmaatregel is”, zegt Bakkum. “De F-16 en al helemaal de F-35 gaan op een snelheid waardoor langzamere vliegtuigjes amper tijd hebben om uit te wijken als ze deze zien aankomen.”
Daarnaast adviseerde de OVV de ministeries om een risicoanalyse te maken, de communicatie tussen de burgerluchtvaart en militaire luchtvaart te verbeteren, vast te leggen wie verantwoordelijkheid draagt voor de veiligheid tussen het militaire en burgerluchtverkeer én incidenten moeten beter worden geregistreerd. “Bijna-botsingen gebeuren vaker dan bekend is, want de registratie is niet optimaal”, zegt Bakkum.
‘Plannen te vaag’
Nu, zes maanden later, concludeert de OVV dat beide ministeries te weinig hebben gedaan met die aanbevelingen. Ondanks dat er een aantal “goede stappen” zijn gezet, zijn de plannen te vaag, is het onduidelijk wanneer welke plannen klaar zijn en welk effect die zullen hebben, stelt de OVV.
Het ministerie van Defensie laat in een reactie weten dat momenteel onder andere wordt onderzocht welke maatregelen nodig zijn om de communicatie tussen de militaire luchtvaart en burgerluchtvaart te verbeteren. De resultaten daarvan worden eind juni verwacht.
De OVV noemt het begrijpelijk dat onderzoeken lang kunnen duren, maar zegt dat er beter moet worden doorgepakt. Bakkum: “We zien dat er een onderzoek is gestart en dat de ministeries met elkaar in gesprek zijn, maar we vinden dat er nog te weinig effectief is gebeurd. We zien nog geen goede analyse, er zijn nog geen maatregelen aan de horizon verschenen en we weten ook nog niet wie nou de verantwoordelijkheid heeft. We vinden echt dat er meer moet gebeuren.”
Lees hier de hele reactie van het ministerie van Defensie
Bron: NOS Binnenland
Opmerkingen plaatsen (0)