Ook dit jaar zijn er weer weinig hommels gezien bij de Nationale Bijentelling. Dat blijkt uit de cijfers van het jaarlijkse evenement, waarbij vrijwilligers de hoeveelheid bijen en andere bestuivers in Nederland in kaart brengen.
Sinds 2018 is het aantal hommels met zo’n 40 procent afgenomen. Volgens de organisatie komt dat onder meer doordat planten waar hommels van afhankelijk zijn, zoals hondsdraf en longkruid, steeds minder voorkomen.
Hommels zijn een soort wilde bijen die groter en hariger zijn dan de meeste bijensoorten. Ze hebben een langere tong, waardoor ze bij andere bloemensoorten nectar kunnen halen. Daardoor zijn ze ook afhankelijk van die andere soorten bloemen en planten. “Juist zulke planten zien we steeds minder vaak in tuinen”, aldus de organisatie van de bijentelling.
Dit jaar telden ruim 2200 mensen in totaal zo’n 46.000 bijen en andere bestuivers. Gemiddeld werden er per half uur 21 bestuivers gezien. Dat is vergelijkbaar met vorig jaar, toen het er 22 waren.
De telling is een aanvulling op wetenschappelijk onderzoek.
Bijenhotels goed voor voortplanting
Met sommige bijensoorten gaat het juist goed. Zo werd de rosse metselbij opnieuw het vaakst gezien en staat de gehoornde metselbij op de tweede plaats.
Beide bijen profiteren van de goede weersomstandigheden van dit voorjaar. Doordat er veel zonuren waren en het daarnaast ook genoeg regende, stonden de bloemen in tuinen vol nectar.
Daarnaast profiteren de insecten van de bijenhotels die steeds vaker in tuinen hangen. Die bieden een goede plek om te nestelen, waardoor bijen zich makkelijker kunnen voortplanten.
Wilde bijen helpen is volgens de organisatie eenvoudig: haal bijvoorbeeld een paar tegels weg uit je tuin zodat er open zandgrond ontstaat voor soorten die in de grond nestelen. Ook wordt geadviseerd om wilde planten, die we vaak voor onkruid aanzien, te laten staan. Koop je nieuwe planten, dan is het advies om te kiezen voor onbespoten varianten.
Bron: NOS Binnenland
Opmerkingen plaatsen (0)