Lees hieronder de achtergronden van ons onderzoek naar ECP:
Digitaliseringsplatform ECP huurt al jaren medewerkers in bij een bedrijf waarvan de ECP-directeuren zelf mede-eigenaar zijn. ECP erkent de “schijn van belangenverstrengeling”. “Je moet wel echt een blind paard zijn om dat niet te zien”, zegt Eppo van Nispen tot Sevenaer, voorzitter van ECP, tegen Nieuwsuur.
Hij heeft het over stichting ECP, die al jaren medewerkers inhuurt bij LunaVia BV – een onderneming waarvan de stichtingsdirecteuren zelf mede-eigenaar zijn. ECP-voorzitter Van Nispen tot Sevenaer erkent dat daardoor de schijn van belangenverstrengeling kan ontstaan, maar vindt dat niet problematisch.
Zijn redenering: om daadwerkelijke belangenverstrengeling te verhinderen, staan binnen zijn organisatie verschillende “Chinese muren”. Zo’n muur staat tussen stichting ECP en LunaVia BV, zegt hij. Én tussen het ECP-bestuur en de ECP-directeuren, die de belangen bij LunaVia hebben.
Voor de buitenwereld roept de constructie dus misschien vragen op, maar “voor ons is het heel helder!”, aldus de stichtingsvoorzitter die er en passant op wijst dat de oorspronkelijke Chinese muur “heel veel gaten had, maar in dit geval niet!”
De uitleg leidt tot gefronste wenkbrauwen bij integriteitsdeskundigen die Nieuwsuur sprak, en voor kritische vragen van Tweede Kamerleden. Want, zeggen zij: de schijn van belangenverstrengeling is op zichzelf al een probleem.
Bovendien, stellen verschillende deskundigen, is hier sprake van daadwerkelijk tegengestelde belangen. En is het maar de vraag hoe hoog die Chinese muren in de praktijk zijn.
“Een hele grote tafel”
Want hoewel het op papier gescheiden rechtspersonen zijn, lopen stichting ECP en LunaVia BV in de praktijk door elkaar: ze huizen op hetzelfde adres, dezelfde verdieping, gebruiken aangrenzende parkeerplaatsen, en wie de afzonderlijke telefoonnummers belt, krijgt dezelfde persoon aan de lijn.
Op de website van ECP staan onder het kopje “onze ECP’ers” 51 foto’s van medewerkers, maar een deel wordt betaald door LunaVia. Enkele medewerkers vermelden op LinkedIn dat ze voor beide organisaties tegelijk werken, en de stichting plaatst een vacature voor een klant van de B.V.
De inkomsten van de stichting namen de afgelopen jaren toe, ze liggen momenteel rond de 12 à 13 miljoen per jaar. Een kleiner deel komt van techbedrijven, waaronder Microsoft en Meta. Het overgrote deel komt in de vorm van overheidssubsidie, met tot nu toe als grootste geldschieter het ministerie van Economische Zaken
Michiel Steltman is teamlid bij een project van ECP en het ministerie van Economische Zaken. Hij omschrijft de stichting als “een hele grote tafel”, die overheid en bedrijfsleven verbindt op digitale vraagstukken. Dat klinkt misschien simpel, maar is cruciaal, zegt hij: overheid en bedrijfsleven zitten van nature in “kampen, en ECP biedt een “neutrale setting” waar iedereen zich “veilig” voelt.
Zo ontstaan allerlei samenwerkingen tussen ambtenaren en ondernemers. Het leidt volgens deelnemers tot succesvolle campagnes en coalities – bijvoorbeeld over veilig internetten en kunstmatige intelligentie. ECP wordt bovendien geroemd om haar netwerkborrels, en reikt prijzen uit zoals de “transparantieprijs” en die voor het meest “digivaardige” Kamerlid.
In veel gevallen beperkt het werk dat ECP doet zich tot het voeren van het secretariaat en de organisatie van bijeenkomst. Het ministerie van Economische Zaken prijst de stichting voor haar “secretariële, coördinerende en ondersteunende rol” en haar “unieke platformfunctie”.
Ook andere ministeries maken graag gebruik van de diensten van de stichting: naast EZ dragen nog acht ministeries de afgelopen jaren op verschillende manieren financieel bij. In totaal gaat het sinds 2018 om zo’n 50 miljoen euro.
In de loop der jaren is “een hele goede relatie ontstaan” tussen ECP en ministeries die “dominant met digitaal bezig zijn”, zegt Steltman. Nederland is een klein land, en de digitale beleidswereld is klein. Het is dan ook niet verwonderlijk dat sommige mensen van ECP overstappen naar een ministerie, of andersom – vertelt Steltman.
Het oliemannetje
Dat ECP zoveel succes kent, heeft volgens ECP voor een belangrijk deel te maken met één man: Arie van Bellen, de directeur.
Van Bellen, ook wel bekend als paardenfokker, is al bijna dertig jaar het boegbeeld van de stichting. In de digitaliseringswereld wordt hij ook wel het “oliemannetje” genoemd, vanwege zijn grote netwerk en ervaring als “verbinder”. Dat is ook te zien aan de prominente figuren die zich in de loop der jaren aan ECP hebben verbonden: Oud-bewindspersonen Frank Heemskerk, Roger van Boxtel en Tineke Netelenbos zaten in het bestuur, Willem-Alexander zat als prins in de Raad van Advies van de stichting.
Van Bellen zegt ECP zelf te hebben “verzonnen”. ECP is niet zomaar een baan voor hem, weet Michiel Steltman. “Voor Arie is dit zijn levenswerk.”
Niet iedereen is zo positief. Tech-expert Bert Hubert noemt de ECP-jaarfestivals succesvol – hij heeft er zelf ook wel eens een praatje gegeven. Maar hij typeert ECP uiteindelijk als een “vergaderfabriek” en “bijeenkomstfabriek”. Hij vraagt zich af of al die partijen aan de ECP-tafels nou echt iets bereiken dat ze zónder ECP niet hadden bereikt. En of iemand dat eigenlijk wel eens meet.
Het is een vraag die ook opkwam bij de onderzoekers van bureau KWINK, die het ministerie in 2023 inschakelt. Subsidierelaties moeten eens in de vijf jaar geëvalueerd worden, maar voor ECP was dat al minstens vijftien jaar niet gebeurd. Aan KWINK de taak om dat alsnog te doen. KWINK constateert dat het ministerie “weinig zicht” heeft op de resultaten van de gesubsidieerde ECP-activiteiten. Het is wel duidelijk welke activiteiten zijn uitgevoerd, maar “vaak niet wat deze teweeg hebben gebracht”.
De onderzoekers van KWINK schrijven dat het ministerie voor ECP al ruim 15 jaar voor “incidentele subsidies” kiest, en de aanbeveling is om juist een “meerjarige” relatie te overwegen. Daarbinnen bestaat volgens KWINK namelijk de mogelijkheid om “meerjarig over effecten te verantwoorden en daarop aan te sturen.” Als Nieuwsuur vraagt of er nu, ruim twee jaar later, iets is veranderd – blijkt het nog steeds om een jaarlijkse subsidie te gaan. Het ministerie noemt het een “maatwerksubsidie”.
Volgens Hubert is het voor ministeries soms “interessanter om dingen te doen die best wel goed klinken.” Als je de wereld technisch wil verbeteren, is dat “vaak eigenlijk best wel saai”, verzucht Hubert. “Stel: je ontwikkelt een betere encryptiestandaard. Dan begrijpt eigenlijk niemand dat. Het is niet uit te leggen aan mensen. Er zijn geen beelden bij, er kunnen geen lintjes geknipt worden.”
Maar projecten van ECP lenen zich daar wel voor, zegt Hubert. Als voorbeeld noemt hij de AI-coalitie. “Daar worden dan allemaal belangrijke mensen ingevlogen, en dan kan het ministerie zeggen: joh, wij zitten bovenop AI! Wij zijn er helemaal mee bezig. We zijn hip en happening.”
In een reactie zegt Economische Zaken dat er wel degelijk sprake is van “bewezen ervaring” met ECP.
Op het meest recente jaarfestival van ECP zijn verschillende topambtenaren van het ministerie prominent aanwezig. Zij benadrukken de successen van de stichting. Hoge ambtenaren van BZK vertellen op het podium dat ze de steun aan ECP het komende jaar gaan “intensiveren”. De directeur-generaal digitalisering van EZ vertelt over de “waanzinnige rol” die ECP al een kwart eeuw speelt en de “publiek-private samenwerking als kracht van Nederland”. Naast hem op het podium staat Arie van Bellen: hij is directeur van ECP, én tegelijkertijd bestuurder en aandeelhouder van LunaVia.
De constructie
Dat zit zo: ECP heeft geen mensen in dienst, en huurt vrijwel al haar personeel bij LunaVia BV. Van secretaresse tot de directeuren zelf. En die twee directeuren worden niet alleen ingehuurd via LunaVia, ze zijn ook mede-aandeelhouder van dit bedrijf.
Naast Arie van Bellen, die tot 2020 enig aandeelhouder was, is plaatsvervangend ECP-directeur Daniël Frijters ingestapt. Net als een senior-medewerker van ECP. Via hun holdings zijn de drie mannen tevens gezamenlijk bestuurder van de BV. De afgelopen jaren ging er zo’n 5.5 miljoen euro van de stichting naar de BV.
Maar Van Nispen tot Sevenaer bezweert dat ook tussen het ECP-bestuur en de ECP-directie een Chinese muur staat. Het bestuur, niet de directie, is eindverantwoordelijk, benadrukt hij. Het bestuur neemt de besluiten en is “bij ALLES betrokken”. Bovendien zijn er “vastgelegde bevoegdheden”, waar Nieuwsuur echter geen inzage in wordt geboden. Wel staat in de openbare statuten dat de directie in de bestuursvergadering niet kan adviseren over zaken die hen persoonlijk betreffen.
Maar binnen die afspraken bestaat bewegingsruimte voor de directie. Uit stukken die Nieuwsuur opvroeg bij ministeries blijkt dat de directie ook regelmatig het aanspreekpunt is bij subsidieaanvragen en -ophogingen. Daarnaast bereiden de ECP-directeuren mede de plannen voor, kunnen voorstellen doen voor extra geld en projecten, en gaan ze over de uitvoering van het werk.
Tegengestelde belangen
Die constructie is “problematisch”, “onwenselijk” en “oneigenlijk”, zeggen deskundigen in het governance- en financiële domein.
Ook de onderzoekers van KWINK waren er kritisch op. In hun evaluatierapport tekenden ze op dat het gevolg van de inkoopconstructie is “de ECP-directeuren vanuit hun ECP-pet kritisch moeten reflecteren op de kwaliteit van de uitvoering van de taken, maar tegelijkertijd een belang hebben vanuit hun rol als eigenaar van LunaVia BV (een onderneming met winstdoelstelling).”.
“Als directeur van een stichting heb je in de praktijk een ander belang dan als aandeelhouder van een BV”, zegt emeritus hoogleraar openbare financien Harrie Verbon. “Het belang van de stichting is om zo laag mogelijke tarieven te betalen, en alleen extra projecten te doen als die zinvol zijn voor de missie voor de stichting – en niet alleen gericht op groei. Het belang van de BV is daarentegen groei, zodat de winst van de BV kan toenemen. Hoe garandeer je dat het belang van de stichting voorop staat als de directeur van de stichting ook de aandeelhouder van de BV is?”
Emeritus hoogleraar corporate governance Cools zegt het zo: “Je weet nooit of de directie haar uiterste best heeft gedaan voor de stichting, of ten dele toch voor hun eigen portemonnee, in dit geval als aandeelhouder van de BV.”
Het ECP-bestuur noemt dit een “theoretische waarheid”. Maar volgens Verbon en Cools is een mens, hoe integer ook, niet in staat om dit soort verschillende belangen in zichzelf te combineren. Het stichtingsbestuur moet daarom voorkomen dat die functies op het bordje komen bij één en dezelfde persoon, vinden zij.
Als Nieuwsuur het bovenstaand standpunt voorlegt aan ECP, laat Van Nispen tot Sevenaer weten “Geen idee” te hebben “waar hij hier de wetenschappelijke onderbouwing voor vandaan haalt. Wij kennen die onderbouwing niet, net zo min als de door ons geraadpleegde experts.”
De onderzoekers van KWINK constateren naast de “dubbele petten” nog een ander heikel punt. Namelijk: ECP doet al jaren zaken met LunaVia zonder concurrentie te organiseren. De stichting besteedt de klus niet openbaar aan. Dat hoeft volgens ECP niet, omdat het contract met LunaVia uit de jaren negentig stamt en de regels toen nog niet van toepassing zouden zijn. Deskundigen betwisten deze lezing, maar ECP geeft geen inzage in haar juridische onderbouwing waardoor de kwestie onduidelijk blijft.
KWINK schrijft hierover dat “aanbestedingsregels bestaan zodat overheden integer inkopen”, en zodat er “een eerlijke kans” voor andere ondernemers is. Ook al zou het allemaal juridisch door de beugel kunnen, vraagt KWINK zich af hoe “uitlegbaar” het is dat een organisatie “voor een groot bedrag” – deels bestaande uit subsidiegeld- diensten inkoopt zonder aanbesteding.
De aanbeveling van KWINK aan het ministerie: ga expliciet in gesprek met ECP over de “wenselijkheid” en “noodzakelijkheid” van de inkoopconstructie. Twee jaar later zegt het ministerie dit gesprek te hebben gevoerd, maar is de praktijk ongewijzigd. Aan ECP adviseert KWINK om in ieder geval in het jaarverslag te vermelden dat de directeuren rollen bij LunaVia bekleden. Ook dat gebeurt niet: in het laatste jaarverslag staan de dubbelfuncties niet vermeld.
AI-coalitie
Ondertussen werpen de banden met ECP soms vruchten af voor de BV, blijkt uit de website van LunaVia. Zo kwam LunaVia “via het ECP-netwerk” in contact met een van haar klanten, staat op haar portfolio. Bij een andere klant staat dat dat een deel van de mensen die er werkzaam zijn, “wordt geleverd door LunaVia, waardoor ook een goede werkrelatie met de mensen bij ECP gewaarborgd wordt.”
Een derde klant van LunaVia is de AI-coalitie, een samenwerkingsverband met als doel het versnellen van AI in Nederland. Verschillende ministeries trekken er miljoenen voor uit: pilots met AI moeten worden georganiseerd, want AI gaat Nederland veranderen, zo klinkt het in Den Haag. ECP is een van de initiatiefnemers en doet het secretariaat van de coalitie. ECP-manager Sander Ruiter vervult de functie van coalitiesecretaris. Hij maakt vervolgens een opmerkelijke stap.
Ruiter wordt directeur van de stichting die voortkomt uit de AI-coalitie en inhoudelijk nauw samenwerkt met ECP: stichting Ained, inmiddels bekend als AIC4NL. Wanneer AIC4NL op zoek gaat naar personeel, moet het de opdracht ter waarde van acht ton openbaar aanbesteden, zodat meerdere bedrijven kunnen meedingen. Uit openbare documentatie over de aanbesteding blijkt dat één partij zich inschrijft: LunaVia B.V. Eind 2022 “wint” het bedrijf de aanbesteding. Niet lang daarna wordt Sander Ruiter aandeelhouder bij LunaVia, vertelt de penningmeester van ECP later aan Nieuwsuur. Daarna wordt de tender nog twee keer verlengd.
“Hier ontstaat hetzelfde probleem als wat we eerder zagen bij de directie van ECP, die ook aandeelhouders zijn van LunaVia”, zegt Kees Cools. “De directeuren hebben dubbele petten op.”
In een reactie zegt Sander Ruiter dat hij niet betrokken is geweest bij de tender. AIC4NL-directeur Ruiter en stichting AIC4NL dat alles verlopen is volgens wet- en regelgeving. Ruiter was niet betrokken bij de tender. Op vragen over betrokkenheid rondom de verlenging komt geen reactie. AIC4NL zegt dat procruraties en betalingen altijd door twee verschillende personen moeten worden goedgekeurd. Op de vraag of schriftelijke afspraken zijn gemaakt over het voorkomen van (de schijn van) belangenverstrengeling, volgt geen reactie.
Later schrijft AIC4NL: “Uw vragen zijn mede aanleiding geweest voor ons om een onafhankelijk onderzoek uit te laten voeren naar deze kwestie. Daartoe wordt opdracht gegeven aan adviesorganisatie RSM.” Wat precies onderzocht wordt, blijft onduidelijk.
Harmonieuze relatie
Deskundigen wijzen erop dat het ministerie van Economische Zaken kritischer zou moeten kijken naar de inkoopconstructie die ECP hanteert. KWINK schreef over de “beperkte reflectie” van het ministerie ten aanzien van de inkoopconstructie.
Want het ministerie van Economische Zaken is niet alleen de grootste geldschieter van de stichting, maar stond ook aan haar wieg. De subsidierelatie gaat terug tot 1997. EZ wordt binnen de stichting dan ook beschouwd als een van de “founding fathers”.
Uit het KWINK-rapport blijkt dat de banden tussen het ministerie en ECP hecht zijn. De onderzoekers schrijven dat binnen de “langdurige” relatie het risico bestaat “dat de ruimte om kritisch te zijn, klein is.” De onderzoekers schrijven ook over signalen dat “relevante kritische punten niet leiden tot een verbetering”. Een verklaring daarvoor is dat het soms belangrijk gevonden werd “de relatie in harmonie voort te zetten”.
Desgevraagd laat het ministerie weten zich niet te herkennen in die kritiek. Ook zegt het ministerie voor zichzelf geen bevoegdheid te zien om in te grijpen in de organisatiestructuur van ECP. EZK zegt alleen over de subsidievoorwaarden te gaan: inhuur moet tegen marktconforme tarieven en onder transparante criteria gebeuren. En dat is bij ECP het geval, zegt het ministerie, en wordt door een externe accountant gecontroleerd. “De uurtarieven zitten vergeleken met andere subsidieontvangers voor vergelijkbare activiteiten aan de lage kant.”
Andere ministeries die de afgelopen jaren subsidie verstrekken, zoals Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), reageren vergelijkbaar. Zo schrijft BZK: “Het ministerie van BZK staat hier neutraal in, mits wordt voldaan aan wet- en regelgeving.”
Kamerleden nemen geen genoegen met de antwoorden van de ministeries. “Je moet voorkomen dat belangenverstrengeling, en ook de schijn van belangenverstrengeling, ontstaan”, zegt bijvoorbeeld Tom van der Lee (GroenLinks-PvdA). “Daarvoor gelden regels. Nota bene het ministerie van Economische Zaken is een van de makers van die regels”. BBB-voorman Henk Vermeer wil weten of het ministerie de inkoopconstructie heeft heroverwogen, en Annabel Nanninga (JA21) maakt zich zorgen over een mogelijk gesloten cultuur waardoor nieuwe spelers er minder kans maken bij aanbestedingen.
Geen “excessieve” winst
Het bestuur van ECP zelf geeft wisselende verklaringen over hoe ze naar de eigen inkoopconstructie kijkt. Aan de ene kant erkent men bijvoorbeeld de “schijn” van belangenverstrengeling, maar men zegt tegelijkertijd alle normen van “good governance” te voldoen.
Op de vraag of de BV winst maakt, verwijzen ECP bestuurders naar LunaVia. Meermaals wordt Nieuwsuur een gesprek toegezegd met ECP-directeur en LunaVia-bestuurder Arie van Bellen, maar daarop volgen afzeggingen. LunaVia laat uiteindelijk per mail weten “nooit uitspraken te doen over de financiële positie”.
Via de openbare jaarrekeningen valt het niet vast te stellen – daarin worden geen winst- en verliescijfers gepubliceerd. Het ministerie van Economische Zaken laat weten dat er geen afspraken zijn gemaakt over winstmarges.
Het bestuur van de stichting gaat wel in gesprek met Nieuwsuur. In november 2025 vertelt de penningmeester van ECP dat LunaVia per uur wordt betaald, en dat in dat uurtarief “een stukje marge voor de eigenaren van LunaVia” zit. Hij erkent dat LunaVia in goede jaren winst maakt en de eigenaren ook dividend uitkeren. “Dat doen ze ja”, zegt hij. Waarop hij toevoegt: “Dat neem ik aan hè!”
Een tweede gesprek tussen Nieuwsuur en ECP vindt plaats in februari 2026, op het kantoor bij Beeld en Geluid, waar Van Nispen tot Sevenaer directeur is Hij en mede-bestuurder Ronald Verbeek spreken nu niet van een “winstmarge”, maar noemen het een “risico-opslag”.
Wel erkennen de bestuurders dat als die risico’s meevallen, er winst kan worden gemaakt. Volgens bestuurder Ronald Verbeek is dat de afgelopen jaren waarschijnlijk ook gebeurd: ECP heeft immers “prima gedraaid” en had steeds “gevulde programma’s”. De twee lijken dus communicerende vaten, ondanks de Chinese muur.
Maar om ‘excessieve’ bedragen gaat het niet, verzekeren de twee. ECP-voorzitter Van Nispen tot Sevenaer wijst erop dat Van Bellen in een “veertien jaar oude auto” rijdt: met die winst zal het dus wel meevallen, impliceert de ECP-voorzitter.
Op de vraag wat ‘niet excessief’ is, zegt Verbeek: “Ja, geen idee. Er zit een Chinese Wall tussen ECP en LunaVia, waar af en toe even overheen gekeken wordt, en er gebeurt niks raars aan de andere kant,voor zover wij kunnen beoordelen.”
ECP zegt dat LunaVia’s tarieven “marktconform” zijn. Maar volgens deskundigen zegt dat weinig. “Marktconformiteit is een bandbreedte, bijvoorbeeld tussen de 100 en 120 euro per uur. Binnen die bandbreedte kun je overal gaan zitten, maar het had misschien toch nog één of twee euro lager kunnen zijn – en dat kan niemand vaststellen”, zegt Cools. Een uurtarief van één euro hoger, kan bovendien leiden tot 50 duizend euro meer winst, zo stellen financieel experts Jeroen Suijs, Harrie Verbon en Kees Cools.
Kees Cools, van huis uit registeraccountant, Jeroen Suijs, hoogleraar financial accounting, en Harrie Verbon, emeritus hoogleraar openbare financiën, schatten op basis van de openbare jaarrekeningen dat LunaVia over de afgelopen jaren gemiddeld minimaal zo’n twee ton winst per jaar heeft gemaakt.
ECP-bestuurslid Ronald Verbeek zegt: de deskundigen die Nieuwsuur raadpleegt, kijken vanuit een “financiële bril”. Zij hebben volgens hem “bijna allemaal geen enkele kaas gegeten van communities.” Voor een organisatie als ECP heb je mensen nodig met herkenbaarheid en ervaring. Mensen die van “stakeholders” snappen “what makes them tick”, aldus Verbeek.
“Nieuwe, fantastische manier van werken”
In reactie op vragen van Nieuwsuur benadrukt ECP het succes van haar werk. “De Stichting ECP streeft met veel resultaat en succes de doelstelling na om Nederland als informatiemaatschappij te versterken”, schrijft ECP in reactie op Nieuwsuur.
De ECP-penningmeester vertelde eerder al aan Nieuwsuur dat men het KWINK-rapport niet heel “denderend” vond. “De vraag intern was: hebben ze nou niks beters te onderzoeken dan dit”, aldus de penningmeester. “Dit is al zo vaak onderzocht en heeft nooit tot een probleem geleid of iets wat echt niet kon, want anders hadden we het wel aangepast”.
Na het gesprek met Nieuwsuur past ECP de tekst op de website wel aan, en vermeldt daar toch de dubbele pet van één directeur.
Ook erkennen Verbeek en Van Nispen tot Sevenaer dat er iets gerepareerd moet worden in de constructie. Maar daar werken ze al een jaar of vier aan, zeggen de twee: dat heeft niets met het KWINK-rapport of de vragen van Nieuwsuur te maken.
Begin februari verzekert de ECP-voorzitter dat er eind dit jaar een “fantastische, voor iedereen heldere, maatschappelijk zeer geaccepteerde manier van werken” zal liggen. Wat er precies gaat veranderen en hoe, is onduidelijk. “Er zijn vast een heleboel wegen naar Rome, dat zijn we nu aan het uitzoeken”, aldus de stichtingsvoorzitter. “Dat doen we zorgvuldig, want we hebben met heel veel mensen te maken met een heel groot netwerk.”
Vlak voor de Nieuwsuur-publicatie, op 25 februari, laat Van Nispen tot Sevenaer weten dat de aanpassing er misschien komt, maar misschien ook niet. “Dat kan ook een uitkomst zijn, alles is mogelijk.” Hij spreekt niet langer van “schijn” van belangenverstrengeling maar van het “gevoel van schijn van belangenverstrengeling”.
Lees hier de verantwoording van ons onderzoek naar ECP:
Nieuwsuur heeft verschillende pogingen gedaan om in gesprek te treden met de directeuren van LunaVia. Zo’n gesprek werd door zowel de heer Van Bellen, als door het ECP-bestuur meermaals toegezegd, maar vervolgens afgezegd.
Nieuwsuur vroeg meermaals om een interview op camera met leden van het bestuur en/of de directie van stichting ECP. Deze verzoeken werden afgewezen.
Nieuwsuur was in november wel aanwezig op het ECP-jaarfestival, en voerde in deze maand een gesprek op het kantoor van ECP in november 2025. Daarbij waren de penningmeester van ECP en ECP-bestuurder Ronald Verbeek aanwezig. Dit gesprek had een on the record-karakter. Nieuwsuur heeft tijdens dit gesprek expliciet vragen gesteld over de dubbelrollen van de directie, de aanbestedingskwestie en de kritiekpunten uit de KWINK-evaluatie voorgelegd.
In dit gesprek wordt Nieuwsuur inzage in diverse stukken toegezegd. ECP publiceert alleen “verkorte” jaarverslagen die niet verder teruggaan dan 2018. Nieuwsuur zou toegang krijgen tot de financiële eindrapportage(s), het directiereglement, het document “procesbeschrijving inkoop” en het juridische advies waaruit zou blijken dat ECP niet hoeft aan te besteden. ECP verstrekte deze documenten uiteindelijk niet.
ECP stuurde Nieuwsuur wel een document met tariefopbouw, maar verdere vragen daarover werden niet inhoudelijk beantwoord. ECP stuurde Nieuwsuur een jaarplan toe waar de begroting wel in de inhoudsopgave staat, maar ontbrak in het document zelf. Ook verstrekte ECP een benchmark uit 2023, en – in een later stadium – twee volledige jaarverslagen over de laatste twee jaren. Ook verkorte jaarverslagen van vóór 2028 werden niet verstrekt.
Nieuwsuur stelde ECP verschillende vragen en vroeg de stichting expliciet om feitelijke onjuistheden te corrigeren en relevante context te schetsen. Ook nam Nieuwsuur contact op met verschillende betrokkenen in het netwerk van ECP. De ECP-voorzitter stuurde vervolgens een mail aan verschillende ECP-relaties waarin hij schreef dat journalisten vragen stelden over de stichting, en dat zij zaken opvoerden die “onjuist of op zijn minst suggestief en onvolledig van aard” zijn. ECP zou “in alle openheid” antwoord hebben gegeven en Nieuwsuur hebben “gewezen” op de suggestieve zaken dan wel onjuistheden. Nieuwsuur heeft ECP toen laten weten dat de stichting hiermee een onjuiste voorstelling van zaken schetste en verzocht deze acties te staken. Ook verzocht Nieuwsuur ECP om de vermeende onjuistheden en suggestieve zaken alsnog voor het voetlicht te brengen. Dat gebeurde niet.
Uiteindelijk kwam er in februari toch een gesprek met ECP-voorzitter Eppo van Nispen tot Sevenaer en Ronald Verbeek. Dit gesprek had een on the record karakter en duurde één uur. In dit gesprek benadrukten de bestuurders dat het ECP-bestuur, niet de directie, de eindverantwoordelijkheid heeft. In de gevraagde documenten werd geen inzage geboden. Wel kreeg Nieuwsuur twee volledige jaarverslagen opgestuurd, over 2023 en 2024.
Nieuwsuur heeft vervolgens nog verschillende bevindingen en vragen per mail voorgelegd. ECP liet een groot deel daarvan onbeantwoord. Een van de redenen die de stichting aanvoerde, was dat er te veel onjuistheden in de vragen zouden staan. Daarbij voerde de stichting slechts enkele voorbeelden aan. Die betroffen geen feitelijke onjuistheden. De stichting stelt bijvoorbeeld dat ECP “geen subsidie” ontvangt, maar dat “projecten” subsidie ontvangen. Uit verklaringen van het ministerie van Economisch Zaken en subsidiedocumenten die Nieuwsuur opvroeg, blijkt dat het de stichting is die subsidie ontvangt.
Nieuwsuur heeft LunaVia meermaals per mail vragen gesteld en uitgebreid relevante bevindingen voorgelegd die in de publicatie aan bod zouden komen. Daarbij heeft Nieuwsuur de organisatie expliciet en herhaaldelijk verzocht feitelijke onjuistheden te corrigeren en relevante context te bieden. LunaVia beantwoordde het overgrote deel van die vragen niet. Wel schreef het bestuur van de BV dat er “onjuistheden” in de vraagstelling van Nieuwsuur zouden staan, zonder deze te concretiseren.
Volgens ECP heeft LunaVia vier, maar misschien vijf aandeelhouders. De namen van vier aandeelhouders zijn aan Nieuwsuur genoemd. Daaronder bevinden zich drie bestuurders van LunaVia. LunaVia zelf weerspreekt deze namen niet. Nieuwsuur heeft ook contact gehad met de vierde aandeelhouder, die geen bestuurder is. Hij weerspreekt zijn aandeelhouderschap ook niet. Mogelijk is er nog een vijfde aandeelhouder. Die geeft Nieuwsuur niet weer in haar vormgeving.
Tijdens het onderzoek stelde Nieuwsuur vragen aan het ministerie van Economische Zaken over de subsidieverstrekking en de loopduur. Het ministerie stuurde voorafgaand aan de publicatie een brief aan de Tweede en Eerste Kamer dat zij naar aanleiding van persvragen een “omissie” geconstateerd heeft. Daarop volgden, tijdens de research, schriftelijke vragen van Kamerleden.
Michiel Steltman laat weten dat anders dan wat de ECP site suggereert, hij geen werknemer is van ECP. Hij doet als zelfstandige klussen op projectbasis, die hij factureert aan LunaVia.
Nieuwsuur heeft onderzoeksbureau KWINK om een reactie gevraagd. Het onderzoeksbureau verwijst naar haar rapport. Ze hebben Nieuwsuur daarop een toelichting en verduidelijking gegeven.
Reacties
Lees hier de reacties van betrokken partijen in het kader van de wederhoor.
Bron: NOS Binnenland
Opmerkingen plaatsen (0)